Instituut voor Publiek en Politiek Instituut voor Publiek en Politiek Home Brussel Stemt. Een initiatief van het Instituut voor Publiek en Politiek. Op de achtergrond een foto van stemmen door handopsteken in het Europees Parlement

07/04/2008

Taal

Portret Martin Visser

Door Martin Visser

Correspondent voor het Financieele Dagblad in Brussel.

Het allereerste dat me opviel toen ik hier begin februari begon als correspondent was de taal.

Natuurlijk wist ik dat ik in een internationale omgeving aan het werk zou gaan, maar desondanks bleef de taal mij het meeste bij van de eerste twee, drie dagen werken hier.

Op dag een als nieuwbakken correspondent voor Het Financieele Dagblad ging ik uiteraard naar de dagelijkse persconferentie van de Europese Commissie. Daar worden iedere dag rond twaalf uur mededelingen gedaan, voorstellen gepresenteerd, agendapunten aangekondigd.

Die persbriefing is volledig tweetalig. De woordvoeder van de Commissie zorgt ervoor dat het Frans en het Engels ongeveer evenveel aan bod komen. Hij schakelt dan ook voortdurend – en moeiteloos – van de ene taal naar de andere.

Journalisten mogen in beide talen vragen stellen. Een Franse vraag krijgt een Frans antwoord en een Engelse vraag een Engelse. Zelf ben ik het Frans nog niet voldoende machtig, dus ik zit op dergelijke bijeenkomsten steeds met de koptelefoon met de vertaling binnen handbereik. Koptelefoontje op, koptelefoontje af…

Het is een gegeven dat een samenwerking van 27 landen tot gevolg heeft dat er in vele talen in de Europese instellingen gecommuniceerd wordt. Maar de eerste dagen werd vooral duidelijk dat taal ook een zeer gevoelig thema is.

Niet voor niets laten die Commissie-woordvoerders Frans en Engels in gelijke mate aan bod komen. En zodra een persconferentie van groter gewicht op het programma staat, dan worden alle tolken opgetrommeld en kan iedereen de bijeenkomst in zijn moerstaal volgen.

Eurocommissaris Günter Verheugen van industrie maakte onlangs de vergissing een nieuw initiatief in het Engels te presenteren. Al snel ging zijn persconferentie niet meer over dat specifieke plan, maar ging het over taal.

Een Duitse journalist wilde weten waarom Verheugen niet in het Duits sprak. Daarop beklaagde een Italiaanse journalist zich erover de Commissie in de onderlinge communicatie geen Italiaans gebruikt.

Prompt antwoordde Verheugen in het Duits, sprak de Vlaamse voorzitter van het Comité van de Regio’s in het Nederlands en reageerde de persvoorlichter in het Frans.

Als groentje in Europa is dit een vermoeiende ervaring – na een dag ben je daas van al die talen. Maar het is ook onthullend. Want hoe innig de EU-samenwerking ook is, elk van de 27 participanten verdedigt zijn eigenheid met hand en tand. En taal is een hoorbare uiting van die eigenheid.